Anticonceptie

We geven je voorlichting over de verschillende vormen van anticonceptie en het gebruik hiervan. Dit doen we aan het einde van je kraambed en tijdens de nacontrole. De keuze voor welke vorm van anticonceptie is erg persoonlijk en hangt er bijvoorbeeld van of jullie nog een kinderwens hebben, of je borst- of flesvoeding geeft en je gezondheid.

Anticonceptie na je bevalling:

Je eerste menstruatie kan vanaf ongeveer 6 weken na je bevalling weer op gang komen. De eisprong vindt 14 dagen voor deze menstruatie plaats. Aangezien je niet weet wanneer je eerste eisprong plaats vindt, is het belangrijk om op tijd met anticonceptie te beginnen.

Zolang je borstvoeding geeft, kan de menstruatie uitblijven, maar borstvoeding geven is geen betrouwbare anticonceptie. Als je borstvoeding geeft, wordt anticonceptie met twee hormonen afgeraden, zoals de combinatiepil. Een goed alternatief  in combinatie met borstvoeding is de minipil met alleen progestageen (Cerazette), het spiraaltje of condoomgebruik.

Geef je flesvoeding, dan kan je menstruatie rond 6 tot 8 weken na je bevalling beginnen.

We kunnen indien gewenst een recept voor de pil uitschrijven. Wanneer je kiest voor een spiraaltje, dan kan je voor de spiraal plaatsing ook bij ons terecht. De vergoeding van deze zorg is afhankelijk van je zorgverzekeraar. Je ontvangt van ons een rekening. Als wij je anticonceptie voorschrijven laten we je huisarts weten voor welke vorm van anticonceptie je gekozen hebt.